Verantwoordelijkheid nemen

12 november 2019 | Inbreng 1e termijn debat Begroting 2020


“Geef de boeren maar weer de schuld”. Dat was de tekst, die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 over onze verkiezingsaffiches heen werd geplakt. Degene, die dat deed, wenste anoniem te blijven, want heeft niet gereageerd op onze oproep om in gesprek te gaan. Kenmerk van deze tijd: iets heel hard roepen, en er dan niet over willen praten. Maar dat terzijde.


Ik heb niets met het begrip ‘schuld’. Wel in het strafproces; daar dient schuld te worden vastgesteld. Maar niet in het maatschappelijk debat. Wiens ‘schuld’ is de klimaatcrisis? Onzinnige vraag in zo’n complex geheel. Zo heb ik evenmin iets met al die excuses, die de laatste tijd worden gemaakt. De premier is er goed in.


Ik was laatst in de Schouwburg van Groningen bij het toneelstuk ‘The children’. Dat stuk gaat over ‘verantwoordelijkheid’: het nemen van verantwoordelijkheid, individueel, collectief: als mens, als generatie, als onderdeel van een samenleving. Verantwoordelijkheid aanvaarden heeft een enorme kracht en duidelijkheid. Je staat voor wat je deed, naliet, zei, niet zei. Je gaat het niet uit de weg, en dat is het begin van de volgende stap: je verantwoordelijkheid nemen. En als het zo uit komt, betekent het de rotzooi opruimen, die je hebt veroorzaakt, als mens, als generatie, als samenleving. En ook dat ga je niet uit de weg.


En als iets dit college en de collegepartijen kenmerkt, is het wel het uit de weg gaan van verantwoordelijkheid.


Het Bestemmingsplan Buitengebied heeft het afgelopen jaar bij voortduring onze debatten in de raad overschaduwd, voorzitter. Te pas en te onpas werd het niet doorzetten van het plan 2018A aan de orde gesteld. Een plan, dat door het voor-vorige college nog net op de valreep was aangenomen, en waartegen zo’n 70 a 80 bezwaren waren ingediend. Progressief Westerveld heeft een jaar lang het in procedure brengen van dat plan tegengehouden, omdat wij eerst de gesprekken met de landbouwsector wilden afwachten, waarvoor we – als coalitie - een jaar hadden uitgetrokken. We wilden zien of er zodanige afspraken waren te maken, dat maatregelen in de ruimtelijke sfeer wellicht niet nodig waren. Over verantwoordelijkheid gesproken! Langzaam maar zeker werd duidelijk dat dat niet zo zou zijn.


Tegen het eind van dat jaar was er iets anders bij gekomen, namelijk een uitspraak van de Raad van State. Al in de aanloop naar de bespreking van de Voorjaarsnota in juli zagen wij van mijlenver aankomen, dat ook ons bestemmingsplan buitengebied 2017 zou sneuvelen. Op 8 juli spraken we in een overleg van wethouders en fractievoorzitters af, dat het in procedure brengen van 2018A verder zou worden uitgesteld totdat de uitspraak van de RvS over 2017 binnen zou zijn. Op 9 juli in de ochtend besloot het College 2018A alsnog in procedure te brengen: het begin van een vreemde dag. En sneller dan we dachten lag die uitspraak er ineens: het bestemmingsplan 2017 werd integraal vernietigd.


Een citaat: Als je hypocrisie kon snijden, verpakken en bereiden, zouden publiek en politiek nog jaren kunnen eten van wat ze dinsdag 1 oktober zelf produceerden. Duizenden boeren onthaalden zij als helden voor een dagje in Den Haag. Politieke partijen jubelden de agrariërs toe via sociale media: #trotsopdeboer! Terwijl de meest acute bedreiging voor veel boerenbedrijven – namelijk het falende Programma Aanpak Stikstof – van hun eigen tekentafel kwam. In 2011 werden deze ‘juridische trucs en listen’ (zoals de Commissie Remkes ze nu met terugwerkende kracht noemt) bedacht door Henk Bleker. De lenige, opportunistische geest waarmee destijds beleid werd opgetuigd dat binnen een paar jaar afbladderen zou, waart nog steeds vrij rond in onze gewesten.


Deze tekst komt niet van Progressief Westerveld of een links blaadje als de Groene of de Volkskrant, maar het is het begin van een hoofdredactioneel commentaar van het Nederlands Dagblad, Ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen (Jozua 24 vs 15) is hun motto.


Nu ligt voor het Bestemmingsplan 2018B, waarover we volgende week in debat zullen gaan: een halfslachtige poging om de RvS tegemoet te komen. En – ik neem maar vast een voorschot op dat debat – ook dat bestemmingsplan zal naar onze mening juridisch geen standhouden. Het is niet voorzien van een adequate Passende Beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. En het is evenmin voorzien van een adequate Plan-MER in het kader van de Wet Milieubeheer. Naast stikstofuitstoot dienen ook ontwikkelingsmogelijkheden die verdroging (drainage, beregening) en vervuiling (bestrijdingsmiddelen) kunnen veroorzaken zodanig te worden gelimiteerd dat de zekerheid wordt verkregen dat ze niet leiden tot aantasten van de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000 gebied.


Maar los van de juridische bezwaren houdt het Plan 2018B op geen enkele manier rekening met de onrust in de Westerveldse bevolking rondom het gebruik van pesticiden in de intensieve landbouw. Marga Kool en Martha Buitenkamp komen in hun rapport ‘Uitgesproken’ tot de conclusie dat er brede zorg is bij zowel telers (waar het gaat om de toekomst van hun bedrijfsvoering), als bij omwonenden (waar het gaat om gezondheid, biodiversiteit, landschap en natuur), en bij beide groepen over de toenemende polarisatie. Hun stelling is, dat ‘de gezamenlijke overheden aan zet zijn’. Dat is dus ook de gemeentelijke overheid van Westerveld. Maar van een actieve houding is niets terug te vinden in het beleid van dit College. Niet in het ruimtelijk spoor, zoals dat is gaan heten, waar je allerlei mogelijkheden verder zou kunnen verkennen, zoals zonering op specifieke plaatsen en systemen van aanlegvergunningen. Niet in het spoor van de ondersteuning van bewonersgroepen in hun verhouding tot telers, waar het gaat om het maken van afspraken over informatievoorziening en overleg. Niet in het spoor van klachten en meldingen. Helemaal niets.


Voorzitter, met hoge verwachtingen van zowel het Fonds Duurzame Landbouw als het Platform Duurzame Landbouw zijn we deze raadsperiode ingegaan. Dat de economische positie van de agrarische sector onder druk staat, is helder. Dat geldt niet voor de hele sector maar wel voor delen daarvan. Zoals ik hier eerder zei: de boer wordt gemangeld tussen de bank, de leverancier van bestrijdingsmiddelen, en de afnemers van hun producten. Wij moeten zij aan zij staan met de sector om de omslag te kunnen maken, op alle niveaus (Europees, nationaal, provinciaal, maar ook lokaal). En op dat laatste niveau waren Fonds en Platform essentiële elementen. Op beide zaken kom ik aan het eind van mijn betoog terug in de vorm van een motie.


Dan de energietransitie. De Gemeente participeert in de Regionale Energie Strategie, die weer onderdeel is van een nationale aanpak. Prima. Mooi. Dat moet ook, want daar is de grotere ‘winst’ te behalen. Maar het gaat ook over de hoofden van de meeste burgers heen. PW pleit voor een veel beter uitgewerkt lokaal spoor naast de RES, waarin kleinschalige opwekking en woningisolatie worden gestimuleerd met een belangrijke rol voor een energie coöperatie, voor energiecoaches, en vooral ook voor onze lokale installateurs en bouwers die een cruciale rol kunnen spelen in de energietransitie. We zouden kunnen starten met een nulmeting, en dan van daaraf onze groei en ontwikkeling vieren.


Dan het Sociaal Domein. Met de stijgende kosten en overschrijding van budgetten is het verleidelijk om de focus te leggen op bezuinigingen en besparingen. Waar dit kan (en er zijn mogelijkheden, zegt ook Berenschot), moeten we dit zeker niet nalaten, maar dat moet niet ten koste gaan van de kwaliteit van de zorg die we onze inwoners bieden. Laten we ook vooral blijven kijken naar oplossingen die tegelijkertijd de zorg kwalitatief verbeteren, laagdrempelig en dichtbij houden; dat is immers de grondgedachte achter de decentralisatie van zorgtaken.


Ons viel op de enorme voorgestelde bezuiniging op de onafhankelijke clientondersteuning. Het recht op OCO is vastgelegd in de WMO en de Wet langdurige zorg. Vorig jaar heeft minister De Jonge juist een impuls willen geven aan de OCO met de inzet van extra middelen. OCO is van groot belang om voor mensen om zich een weg te vinden in het vaak complexe zorgstelsel en in het contact met instanties. De voorgestelde bezuinigen gaan hier tegenin en zien we als zeer onwenselijk.


Ook stelt het college voor het extra budget, dat voor 2021 voor armoedebeleid beschikbaar is, te schrappen. Dit betekent dat de bestaande initiatieven hiervoor worden stopgezet. Onze fractie betreurt dit zeer. De voorbeelden die in de begroting worden genoemd gaan nu net niet om directe financiële ondersteuning, maar om preventie van schuldenproblematiek en bijbehorende armoedeval en om de Voorzieningenwijzer, waarmee mensen met lage inkomens beter gebruik kunnen maken van de mogelijkheden op belastingteruggave en gemeentelijke voorzieningen. Op dit laatste punt dienen wij straks een amendement in.


We zouden nog heel veel andere onderwerpen kunnen aansnijden, de invulling van de Fair Deal, het bermbeheer, wegen en vervoer, cultuur, maar dat is allemaal niet mogelijk binnen het bestek van 10 minuten. Let wel, zoals aangekondigd op 29 oktober: wij gaan van al die zaken en nog veel meer de komende periode werk maken, dor een actieve agendering, door moties en waar nodig door initiatieven.


Dat brengt mij tenslotte, voorzitter, op het financiële verhaal. We bespreken hier tenslotte de Begroting. Wat ons opvalt is dat wij als Raad binnen een jaar drie tot vier keer zijn gewisseld van perspectief op de financiën. Van Himmelhoch Jauchzend tot Zum Tode betrubt en terug, en weer terug. Dat is niet alleen maar een Westervelds probleem. Alle gemeenten hebben te maken met de onvoorspelbaarheid van hun financiële situatie. Maar dit College jo-joot ook zelf mee. En dat is onwenselijk, ook al vanuit het oogpunt van je voorspelbaarheid richting burgers. In een motie bij de Voorjaarsnota verzochten wij het College de voorgenomen verhoging van de OZB zodanig te temperen in de Begroting dat de burgers er in deze collegeperiode niet op achteruit zouden gaan, dus die verhoging te maximeren tot 25 Euro. Dat kon alleen – zei het College toen – als het perspectief gelijk zou blijven. Welnu, het College beweert enerzijds dat het perspectief zeker niet gelijk is gebleven, maar is verslechterd; en tegelijkertijd wordt toch de verhoging van de OZB enorm teruggebracht, worden daarentegen Toeristenbelasting en Forensenbelasting buitenproportioneel verhoogd, en wordt er tevens fors bezuinigd. Dat is allemaal niet meer uit te leggen. Wij houden het bij onze lijn van dit voorjaar. Een verhoging van de OZB met genoemde 25 Euro (en daaruit betalen we het terugdraaien van de bezuinigingen op Armoedebeleid) en het limiteren van gigantische verhogingen van Toeristenbelasting en Forensenbelasting. Dat laatste doen we samen met het CDA.

Michiel van de Kasteelen