Philippe Claudel - Het kleine meisje van meneer Linh

2020 / De Bezige Bij

"De oude man kijkt naar het bed dat hem is toegewezen. Voorzichtig legt hij het kind op de grond, haalt de matras van de bedbodem en legt die op de vloer. Dan legt hij het kind erop. Uiteindelijk gaat hij naast haar liggen, met al zijn kleren aan en zijn hand om het handvat van zijn koffer. Hij sluit zijn ogen en vergeet de gezinnen die in een kring zijn gaan zitten om te eten. Hij sluit zijn ogen; en denkend aan de geuren van zijn geboorteland valt hij in slaap."

....

"Meneer Linh haalt het deksel van de doos. Er ligt een stuk zacht, heel lichtroze zijdepapier in. Hij pakt het papier en vouwt het opzij. Zijn hart gaat als een razende tekeer. Hij slaakt een kreet. Er komt een jurk tevoorschijn, een oogverblindend mooie, fijne, prachtig opgevouwen prinsessenjurk. Een schitterende, luxueuze jurk. Een jurk voor Sangh diu. 'Wat zal ze daar mooi in zijn', zegt meneer Bark, en wijst met z'n ogen op de kleine."

....

"De avond valt. De hemel heeft de kleur van melk, van donkere, verzachtende melk. Sang Diu drukt met haar geringe gewicht op de borst van meneer Linh. Hij heeft het gevoel, dat ze hem haar jonge krachten schenkt. Hij voelt zich herboren worden. Zo'n rotauto krijgt hem er niet onder. Hij is hongersnoden en oorlogen te boven gekomen. Zeeën overgestoken. Hij is onoverwinnelijk. Hij drukt zijn lippen tegen het voorhoofd van het kleine meisje. Hij heeft zijn vriend teruggevonden. Hij glimlacht naar de dikke man. Hij wenst hem meermalen goedendag. Meneer Bark antwoordt 'goedendag, goedendag', en die woorden, die ze steeds herhalen, worden een soort liedje, een tweestemmig liedje."


Michiel van de Kasteelen