Optimisme 2.0.: hoop als opdracht

30 juni 2020 | Inbreng eerste termijn Voorjaarsnota 2020


In een podcastserie voor de Volkskrant behandelt cabaretier en filosoof Tim Fransen onder de titel ‘Beschaving, de nabeschouwing’ vragen, die voortkomen uit de Coronacrisis, waarvan de laatste: Is er nog hoop? Hij weegt daarin optimisme en pessimisme tegen elkaar af. In het begin van deze crisis, was er hoop dat nu alles zou veranderen. De grenzen waren allang bereikt; nu liepen we er ook keihard tegenaan. Het einde van een tijdperk en het begin van iets nieuws. Er heerste een sfeer van saamhorigheid, en ja, van waardigheid. Weet u nog: we hielden vanzelf afstand en groetten elkaar met een glimlach. We zongen vanaf balkons. En nee, luchtvaart en landbouw, de kloof tussen arm en rijk, dat kon niet meer door gaan, zoals het geweest was. We hadden ontdekt wat essentiële beroepen waren, en wat niet. We gingen het anders doen, dat was zeker. Ook in mij kreeg de optimist de overhand. Maar het is de vraag of dat optimisme gerechtvaardigd was. In het dagelijks leven is het chagrijn terug gekeerd; boodschappen doen bij de Albert Heyn is geen feest meer. Complottheorieën, die afleiden van de echte vragen, vertroebelen het debat. De vliegtuigen zitten weer vol; de KLM moest t gered. 600 miljoen voor sierteelt vs 300 miljoen voor cultuur. Misschien leren we niets van deze crisis, net zo als we niets geleerd lijken te hebben van de bankencrisis van 2008. En daar was weer de pessimist. == We zijn halverwege deze raadsperiode; en ook daar de vraag: is er reden voor optimisme? Ik vind dat de raad moeizaam functioneert en heel slecht wordt geïnformeerd. Dat was al zo in de vorige raadsperiode, dat was helaas ook zo in het eerste jaar van deze periode. En het is er zeker niet beter op geworden. Er is in de raad een bepaald soort onwil om zaken echt te bespreken, en tegelijk een voortdurend tijdgebrek. Onze nieuwe werkwijze is niet goed uit de verf gekomen. De informatie vanuit het college naar de raad is niet op orde, kwalitatief en kwantitatief. Informatievoorziening vanuit de gemeente naar de burger kan sterk verbeterd. Ik hoop dat we in dit alles met onze nieuwe griffier weer stappen kunnen zetten. Maar het is niet alleen een technisch-procedureel verhaal. De raad is ook van karakter veranderd; hij is politieker en ook scherper geworden; er wordt meer uitgezocht, meer tegengas gegeven; en dat is goed. Tegelijkertijd is het ook belangrijk om met alle fracties naar gezamenlijke grond onder de voeten te blijven zoeken. En de wil daartoe is er niet altijd. == De gang van zaken rondom onze corona-motie is daarvan een goed voorbeeld. Wij wilden – anders dan met incidentele rondvragen - de gelegenheid creëren om als raad informatie in te winnen bij onze burgers, en met college en raad gezamenlijk te kijken wat er goed gaat en wat er beter kan. En dat niet als kritiek op het college of op de organisatie, maar om onze betrokkenheid te tonen. Net als ook in de Tweede Kamer wekelijks met het kabinet werd overlegd in het besef dat men z’n best deed onder moeilijke omstandigheden. Maar wat wij beoogden met die corona-motie werd afgewezen vanuit een vorm van wantrouwen, in plaats van samen te kijken naar een goede vorm, naar een goede timing. En dat is echt een gemiste kans. Uiteindelijk hebben we dan maar zelf een brief naar ondernemers en organisaties in Westerveld gestuurd, waarop we 26 reacties ontvingen, vrijwel allemaal positief over het initiatief, de meeste ook positief over de gemeente. En dat bevestigt ons beeld dat hier in huis keihard is gewerkt onder moeilijke omstandigheden. Alle waardering daarvoor. Wij hebben vanuit de reacties een kort rapport opgesteld met enkele aanbevelingen, dat ik hierbij graag aan de burgemeester wil aanbieden. We zetten het ook op iBabs. Maar nogmaals: deze werkwijze was een surrogaat voor wat ons echt voor ogen stond, namelijk een gezamenlijke raadsactie. == Voorzitter, mijn fractie heeft alle begrip voor het feit dat hier geen volwaardige Voorjaarsnota ligt. Er zijn heel veel onzekerheden. De toeristensector is zwaar getroffen door de coronacrisis. Zij tast in het duister over de vooruitzichten van dit en komend jaar. Wij zijn dan ook blij dat het college heeft afgezien van verhoging van de toeristenbelasting. Althans: wij gaan ervan uit, dat nu er niets wordt vastgesteld, er sprake is van een gelijkblijvend tarief. In de meicirculaire wordt een bedrag van 60 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd als compensatie voor de schade aan de culturele infrastructuur. Voor Westerveld betekent dat een bedrag van 72.000 euro. We willen het college vragen om met een plan te komen voor besteding van dit bedrag. Mijn fractie geeft daarbij prioriteit aan het in stand houden van instellingen. Twee amendementen op de Voorjaarsnota. De eerste ziet toe op het schrappen van de voorgenomen inhoudelijke bezuinigingen. We nemen so wie so geen financiële besluiten nu; waarom deze dan wel? En dat zonder inhoudelijke beleidsafweging. Kom maar terug bij de begrotingsbehandeling en dan onderbouwd. De tweede gaat over de actualisatie kapitaallasten. De cryptische zin in de voorjaarsnota noch de beantwoording van de technische vragen geven duidelijkheid. Wij kunnen daar op deze manier als raad niet mee akkoord gaan. == Voorzitter, ik had mij eigenlijk voorgenomen deze keer de landbouw- en pesticiden discussie terzijde te laten. Het bestemmingsplan buitengebied ligt bij de rechter. Er wordt gewerkt, neem ik aan, aan de dialoogavonden dit najaar. We onderzoeken wat de werkelijke reikwijdte is van het Convenant. En op het rapport over pesticiden in natuurgebieden gaat het college inhoudelijk reageren. Maar dat was gerekend buiten de Gezondheidsraad. Die publiceerde uitgerekend gisteren haar Vervolgadvies Gewasbescherming en Omwonenden. En eindelijk is daar de erkenning: er is gezondheidsschade door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen; alle risico’s kunnen niet worden uitgesloten door verder onderzoek en toelatingsprocedures. Daarom adviseert de Gezondheidsraad voorzorg toe te passen: de landbouw moet veel sneller af van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Voorlichting en handhaving zijn van belang, want telers blijken veilig werken niet altijd genoeg prioriteit te geven. Middelengebruik en blootstelling moeten consequent geregistreerd en gemonitord. En de toelatingsprocedures moeten verbeterd. Dat is niet niks, voorzitter. Het sterkt onze fractie in die zaken, die we al geruime tijd hier aan de orde stellen, zoals vormen van zonering in de ruimtelijke ordening, de noodzaak van een echt ingevulde en versnelde overgang naar pesticidenvrije landbouw samen met de andere overheidslagen, goede handhaving ook middels een helder meldpunt voor klachten en problemen. Direct na het reces zullen we hiervan opnieuw werk maken. == Voorzitter, in 2023 is het 175 jaar geleden dat de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden werd geschreven door Thorbecke. Daarin zijn onze democratie en rechtsstaat verankerd, en onze grondrechten omschreven. De Nederlandse Grondwet, waarop wij allen de eed of de gelofte hebben afgelegd, staat onder druk. Er zijn in dit land partijen, groeperingen, individuen, die de democratische rechtsstaat in twijfel trekken, en de grondrechten ondermijnen. Temidden van dat alles is er de laatste weken een groeiend verzet, in de VS, in de hele wereld, ook in Nederland, tegen racisme en discriminatie. Een verzet, dat net als de klimaatprotesten, een ongelofelijke impact heeft. Vanuit het Thorbeckehuys in Zwolle is het initiatief genomen tot een grondwetscampagne tussen nu en 2023. Een campagne om “de Grondwet tot leven te brengen”: geen abstract en hoogdravend document, maar een document dat van ons allemaal is en rechtstreeks bij ons binnen komt. Onze fractie wil daarover graag een motie indienen, voorzitter. == Voorzitter, ik keer terug bij Tim Fransen, en de vraag: is er nog hoop? In een steeds complexere wereld, die alleen maar minder voorspelbaar wordt, zijn optimisme en pessimisme eigenlijk allebei even weinig waard. Voormalig filosoof des vaderlands Rene Gudde, zei daarover: “Als je jezelf optimisme aanleert, kan het zijn dat je dingen voor elkaar krijgt waar de pessimist nooit aan begonnen zou zijn.” Maar, let wel, voor hem had dat niks te maken met het idee dat alles wel op z’n pootjes terecht komt. In een interview zei hij: “Een optimist is eigenlijk een optimeerder, iemand die vindt dat we alle zeilen bij moeten zetten om te verbeteren wat er te verbeteren valt, en die dat doet zonder enige garantie dat het daadwerkelijk goed komt.” Optimisme 2.0. En zo komen we tot een belangrijke kern, waar optimisten en pessimisten elkaar kunnen vinden, en die we ook hier bij ons werk in deze raad kunnen gebruiken. Ik citeer Tim Franssen: “We moeten het hier als kwetsbare wezens zien te rooien in een wereld die niet altijd barmhartig is, tegenover een toekomst die onzeker is, in een universum dat zwijgt over wat precies haar bedoeling is… De beschaving gaat uit van de mogelijkheid, dat we dit leven dragelijker kunnen maken voor elkaar, liefdevoller, vreugdevoller, compassievoller, minder wreed, minder onrechtvaardig, minder oorlogszuchtig, dat is de hoop die we hebben. Het gegeven dat we er altijd voor kunnen blijven opkomen, zonder enige garantie, maar vol goed moed.”


Michiel van de Kasteelen