Naar burgerberaden en burgerbegrotingen

10 november 2020 | Inbreng eerste termijn Behandeling Begroting 2021


Bij de Begroting eind 2019 had ik het over ‘Verantwoordelijkheid’, wat voor mij het kernbegrip in de politiek is; niet de schuld-vraag, maar de vraag naar de verantwoordelijkheid die je neemt en die je draagt (ook door hem juist niet te nemen). Dit voorjaar had ik het over pessimisme en optimisme, en koos ik voor het Optimisme 2.0 van René Gudde: niet die van het ongebreideld en ongefundeerd ‘het zal allemaal wel goed komen’, maar die van optimisme als levensopdracht.


Nu wil ik graag kijken naar het toverwoord ‘participatie’, want daarin zitten zowel mogelijkheden als valkuilen. De gangbare redenering is: de politiek staat ver af van de bevolking, en door deze te betrekken, te laten participeren, verklein je die kloof. Dat is soms waar, maar zeker niet altijd.


Westerveld heeft de participatiegedachte omarmd, we noemden het Zo buiten, zo binnen, Samenlevingsakkoorden, Westerveld Natuurlijk. En dat is mooi. Maar… In het project ‘Diever op Dreef voelde een groep inwoners zich door het ontbreken van onafhankelijke regie buitenspel gezet en werd de kloof vergroot. In het goed opgezette project Westerveld Natuurlijk werd veel opgehaald, maar weinig teruggekoppeld en werd niet inzichtelijk gemaakt welke keuzes gemaakt waren bij het honoreren van die ene suggestie en het negeren van die andere. En dan zwijg ik nog maar over de participatie van een enorme groep inwoners, die op eigen kracht aan de gemeente lieten weten wat ze van de intensieve landbouw vonden (900 petities), en die terzijde werden geschoven. Zo kan participatie heel makkelijk leiden tot een grotere kloof in plaats van een kleinere.


Een andere valkuil is als de politiek de eigen verantwoordelijkheid ontloopt door consultaties van groepen inwoners als alibi te gebruiken om het over dingen niet meer te hebben. Voorbeeld: de vaststelling Speerpunten Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan. Een concept was met dorpsgemeenschappen besproken, sommige onderwerpen waren daarbij aan de orde geweest, andere niet. Hoe het ook zij: wij konden er als gekozen gemeenteraad maar beter niets meer van vinden. Een ondoorzichtig consultatieproces komt dan in de plaats van het openbare en gereguleerde besluitvormingsproces in de gemeenteraad.


En dat kan niet de bedoeling zijn geweest van de opstellers van onze Grondwet en van de daarop gebaseerde Gemeentewet. Ouderwets als ik ben, hecht ik aan onze staatsinrichting. Wij hebben als gemeenteraad een verantwoordelijkheid van rechtswege voor het bestuur van deze gemeente als geheel en een politieke verantwoordelijkheid voor het platform waarop we gekozen zijn. Die eerste verantwoordelijkheid dragen wij hier samen. Die tweede verantwoordelijkheid dragen wij ten opzichte van onze kiezers, en daarop worden we na vier jaar beoordeeld.


Zijn wij dan tegen inwonersparticipatie? Integendeel. Maar met waarborgen en met helderheid, waardoor de participerende bewoners zien en weten hoe het proces verloopt, waarop zij wel of niet invloed hebben, en hoe dat weer aan hen wordt teruggekoppeld. En waarbij er vanuit de gemeente sprake is van echte, onafhankelijke procesbegeleiding.


En daarnaast zijn wij er juist voor om te experimenteren met andere vormen. In de Tweede Kamer is onlangs de motie Agnes Mulder c.s. aangenomen, ingediend door 8 kamer fracties (merkwaardig genoeg ontbraken daarbij die fracties die altijd het hardst roepen dat de democratie niet functioneert). Daarin wordt het kabinet gevraagd te onderzoeken of er een burgerberaad kan worden ingericht over het klimaatbeleid. Met dat idee van ‘burgerberaden’ of ‘burgerpanels’ zijn in andere landen en in andere Nederlandse gemeenten goede ervaringen opgedaan. Wij vinden het zeer de moeite waard om het ook hier lokaal te gaan uitproberen.


Een burgerberaad is een manier om politieke besluitvorming vanuit de samenleving te laten komen. Een groep gelote burgers (een dwarsdoorsnee van de samenleving) doet, op basis van uitgebreide informatie en overleg, aanbevelingen over beleid. De uitkomst van een burgerberaad is een gezamenlijk besluit of een set aanbevelingen die door de vraagsteller – idealiter de politiek – wordt gebruikt om besluiten te nemen. Het is daarmee fundamenteel anders dan een ‘inspraakavond’ (waarbij vaak alleen de mensen komen met uitgesproken standpunten); het is ook fundamenteel anders dan een referendum met een versimpelde ja-nee-vraagstelling voor complexe problemen


Een andere denkrichting is die van een ‘burgerbegroting’ per kern. Omdat wij in de gemeenteraad de zaak hebben ingedeeld in beleidsterreinen, waaraan al dan niet geld wordt besteed, is het soort besluiten dat we hier nemen, bijvoorbeeld meer geld voor sporthallen, minder voor dorpshuizen, meer geld voor wegen, minder voor groen, of andersom natuurlijk. Een deel van dat soort afwegingen kan je heel goed neerleggen bij de kernen: wilt u in Uffelte of in Wilhelminaoord het beschikbare budget (in bredere zin) besteden aan het een of het ander in uw kern? Ook dit kent haken en ogen en ook hiervoor zijn waarborgen nodig rondom representativiteit en participatie, maar ook hier gaat het lonen om nieuwe stappen te zetten. Voorzitter, onze fractie gaat hierop zeker terugkomen.


Nu naar de zaak waarvoor wij vandaag bijeen zijn: de begroting en Najaarsrapportage. Het is weer een bijzonder proces dat we zich hier hebben zien voltrekken. Enkele maanden terug bij de voorjaarsnota lag er vanuit het College een verhaal dat nieuwe initiatieven niet meer konden, dat de OZB niet moest worden verhoogd, en dat de rekening voorzover die overbleef moest worden neergelegd bij de toerismesector en de forensen. Zowaar een set besluiten van het College. Vanuit onze fractie is toen het initiatief genomen om het nieuwe beleid niet op dat moment al weg te strepen, maar er bij begrotingsbehandeling, nu dus, naar te kijken. We wilden eerst meer informatie over en inzicht in die nieuwe initiatieven. Die informatie is ons gegeven de afgelopen weken, tot op zekere hoogte dan; het inzicht bleef veelal uit. Het College was daarin niet aanwezig, het meldde niet: dit wilden wij schrappen, en daar hadden we goede redenen voor, nee het was een ongestuurd geheel van voldragen en minder voldragen ideeën. En nu, nu ligt er een begroting waarbij het College weer al z’n slagkracht kwijt is en zegt: beslissen jullie maar. De OZB moet met 20% omhoog, maar niet als jullie aan een van deze knoppen draaien. Wij horen het wel. Bij de coalitiefracties zagen we de spanning al oplopen tussen de OZB van de VVD en de wensen van GB en DSW.


Mijn fractie heeft zich de afgelopen dagen over gebogen over de vraag wat we hiermee moesten. Ik kijk naar beide kanten van het verhaal. Allereerst de inkomstenkant, de OZB. Voor ons (nogmaals en voor de helderheid) zijn belastingen een middel tot een doel. En dat doel is een min of meer sluitende begroting waarbij toch die dingen kunnen worden gerealiseerd die moeten, en ook nieuwe dingen kunnen worden ingebouwd. Binnen de grenzen van het betamelijke zijn wij bereid zonder vooringenomenheid te kijken naar het verhogen of verlagen van belastingen en tarieven. Wij waren in juli al niet tegen een verhoging van de OZB, maar die voorgestelde 20% lijkt ons te hoog en niet nodig. We zouden graag uitkomen op een percentage van rond of net onder de 10%. En tegelijkertijd willen we binnen de OZB graag de verhoudingen tussen particuliere eigenaars, bedrijfspanden met bewoning en losse bedrijfspanden niet verschuiven.


Kijkend naar de uitgavenkant, geldt dat wij aan alle knoppen willen kunnen draaien en niet alleen aan de knoppen van het College. Daarnaast zijn wij van mening dat een behoorlijk deel van het nieuwe beleid (hoe goed de achterliggende ideeën ook zijn – sommige daarvan zouden we zo maar zelf bedacht kunnen hebben) niet goed of helemaal niet is onderbouwd. We willen die achterliggende ideeën niet verliezen, maar we kunnen op basis van de voorliggende informatie daaraan geen budget verbinden. Uitstellen en met goede voorstellen komen, is onze oproep. Vervolgens wordt in moeilijke tijden vaak gezegd dat eerst ‘de lucht uit de begroting gehaald moet worden’; volgens ons wordt er in deze begroting juist weer lucht ingepompt (wat dacht u van aanjagen en verbinden?). En tenslotte, wordt er bij begrotingen heel vaak gezegd: deze uitgave is nodig omdat we daarmee de efficiency vergroten (automatisering, robotisering); dat vinden wij dan prachtig, maar die efficiencywinst zien we dan vervolgens nooit meer terug.


Kortom, wij willen graag een lagere verhoging van de OZB, wij willen graag nieuw beleid, maar alleen als het is onderbouwd, wij willen geen nieuwe lucht en het inboeken van de opbrengst van efficiencyslagen die we maken. Wij hebben daarvoor ideeën, ook in uitgewerkte vorm. En wij hebben begrepen dat ook anderen, ook de collegefracties, alternatieven hebben op de voorliggende begroting. Maar we kunnen het daar pas over hebben, als die zijn ingediend. Zodra dat een feit is, zullen ook wij onze alternatieven, die zo maar voor een belangrijk deel parallel zouden kunnen lopen, daarnaast leggen. En dan hoop ik dat we na deze eerste termijn een proces ingaan, waarbij we echt proberen daar een gezamenlijk voorstel van te maken.

Michiel van de Kasteelen