Leeuwkenstraat


De Leeuwkenstraat is kort, buitengewoon kort. Dat is geen waardeoordeel, begrijp me goed, korte straten mogen er net zo goed zijn als lange. Misschien zijn korte straten wel beter dan lange, net zoals kleine scholen wel eens beter zouden kunnen zijn dan grote, of kinderen wel eens verstandiger zouden kunnen zijn dan volwassenen. Ik zeg maar wat; ik heb er geen oordeel over, over korte straten. Twee bolle lantaarnpalen zijn voldoende voor de verlichting van deze hele straat.


De beide kanten van de straat bestaan uit recht tegenover elkaar staande formaties, het middendeel wat teruggetrokken, de flanken naar voren. Als je niet beter wist, zou je kunnen denken dat het strijdende legers zijn op een Napoleontisch slagveld. Maar dat is natuurlijk totale onzin. De Leeuwkenstraat is zo vredelievend als een straat maar zijn kan. In de naam van de straat zit weliswaar een leeuw, maar de vorm van het woord heeft alle agressie te niet gedaan: het is de leeuw die bij de schapen graast, of hoe ging die tekst ook al weer.


Er heerst totale rust in deze straat, het is dan ook een doordeweekse dinsdagochtend. De zon beschijnt de helft van de huizen. Het is een ongekende nazomerdag. Daar zou elke straat van opknappen, maar deze heeft het eigenlijk niet nodig.


Het halfronde parkeerterreintje op de kop van de straat tegen het spoor aan vormt als het ware de aanloop. Als je van daar uit de straat in kijkt, komt de essentie het best tot zijn recht: de ‘poort’ aan het eind van de straat. De ronde poort waarboven zich de huizen voortzetten, die van links of van rechts of misschien wel van beide kanten, ik weet het niet. Er zijn maar heel weinig straten met zo’n poort. Het ‘unique selling point’ van de Leeuwken.


Een klein hondje (veel zwart, weinig wit) aarzelt sterk of het de Leeuwkenstraat wil binnenlopen. Ik snap de aarzeling: daar achter een deur eindigt weer het ‘buiten’. Honden zijn gesteld op ‘buiten’. Er staan zes relatief kleine auto’s en een motorfiets. Eén van de twee lantaarnpalen heeft gezelschap van een klein tuintje; de ander is alleen.


Er heersen in dit wijkje verschillende opvattingen over de kleur ‘groen’. En misschien heersen er ook wel verschillende opvattingen over de vraag of je verschillende opvattingen mag hebben over de kleur groen. En of je die opvattingen in de vorm van verf mag uiten. Ook hier heb ik even geen oordeel over..


Michiel van de Kasteelen