Lhee


De zon is even weg, maar de broeierige warmte is gebleven. Het regent, niet hard en niet zacht; de wind beweegt de takken van de bomen. Vlak voor het zijraam is een zee van groen; op ruime afstand het rieten dak van de buren. Maar het gaat om het voorraam: eerst het kleine omzoomde grasveld, dan de beukenhaag, die op één punt als een poort omhoog gaat met het houten tuinhekje eronder, daarachter de weg, en dan het groene land. Aan de horizon de bomen: begin van het bos.


U herkent het niet onmiddellijk? Een horizon in Tuinstad-Staalwijk?


Dit is mijn laatste column. Ik neem afscheid van de Wijkkrant, en langzaam maar zeker ook van de wijk. Tien jaar, precies de goede tijd om op een plek te wonen. Lang genoeg om je te vestigen, verbinding aan te gaan met je omgeving, je er thuis te voelen. Niet lang genoeg om er wortel te schieten. Deze column is geschreven in de werkhoek van de woonkeuken van de boerderij in Lhee (bij Dwingeloo), waarheen we ons zwaartepunt gaan verleggen. We behouden een woonplek in Leiden, maar in de vorm van een appartement elders. We moeten (of mogen, zo u wilt) tenslotte nog een tijd deelnemen aan de arbeidsmarkt.


Toen ik eraan begon, dacht ik dat ik ze allemaal zou halen: de straten van Tuinstad-Staalwijk. Ik maakte zelfs plannen voor iets daarna. Maar ik heb ze bij lange na niet gehaald. De omtrekkende ronde is gemaakt: Station Lammenschans, Kastanjekade, Andries Schot en Schelpenkade, Witte en Zoeterwoudse, en de Lammenschansweg.

Maar binnenin zijn zoveel gaten. De Seringen zijn aan bod geweest, maar niet de Dahlia, de Hyacinten, de Meidoorn, de Acacia en de Tulpen. Gerrit van der Laan en Leeuwken wel, maar Staalwijk en Leuven niet. Drie October ok, maar waar zijn Magdalena Moon, Buitenrust, Stadhouders, Valdez, Duiven-bode en Watergeuzen. Herenstraat wel, maar Koninginnelaan niet. Bloemisten en Pioen ja, maar weer niet de Prinses Wilhelmina, de Lelie, de Linde, de Reseda en de Pieter de la Court.


Er is een schuldgevoel ten opzichte van de gemiste straten. Ze verdienen het allemaal even te worden belicht vanuit een wat andere invalshoek dan de dagelijkse, want het zijn allemaal bijzondere straten als je er op een open manier naar kijkt.


En als op zaterdagochtend hier alle buurmannen hun grasmaaiers starten en hun rondjes gaan rijden, als de motorclub haar route hierlangs heeft gepland, en als de onvermijdelijke bejaarden hier in file de aanwijzingen op de paddenstoelen volgen, dan kan je soms (heel soms) wel eens terug verlangen naar de rust van de stad. En als je op zaterdagmiddag tegen windkracht 7 in richting de Dwingelose supermarkt fietst, dan is een winkel op de volgende hoek ineens zo gek nog niet.


Het is een bijzondere wijk: Tuinstad – Staalwijk. En dat is het (dan).

Michiel van de Kasteelen