Tuin en Staal 2 

Observaties over straten in de Leidse wijk Tuistad-Staalwijk, waar we gewoond hebben van 1996 tot 2007, gepubliceerd in de wijkkrant, en later als boekje uitgegeven.

Bloemistenlaan

Achter me is de drukte en het licht van de Lammenschansweg. Voor me de rust en de relatieve duisternis van de Bloemistenlaan. Het is merkwaardige straat, sorry: laan. Dat is zeker niet bedoeld als belediging, integendeel. Het is een compliment: deze straat is eigen-zinnig, valt buiten alle stereotypen  Alleen al de naam. ‘Waar dan?’ ben je geneigd te vragen.

Op de hoek is een groot multifunctioneel gebouw. Er hebben zich allerlei vertegenwoor-digers van de medische en paramedische stand gevestigd: verloskundigen, een huisarts, een psycholoog, een logopedist, en een apotheek. Het gebouw is van alle gezondheidsmarkten thuis.

Daar in het begin lijkt het nog een ‘gewone straat’ te worden, maar na een flauwe bocht ontpopt de straat zich als het ware. In de rij huizen links is een veelheid aan glas-in-lood zichtbaar, een mooie strook boven de ramen. Rechts achter de hoge hekken staan twee vrachtwagens naast elkaar; ze slapen en wachten tot ze de volgende ochtend (vroeg, schat ik in) kunnen gaan doen, waar ze voor zijn: was ophalen en was wegbrengen.

Bij de Kantoorwinkel zijn ze er klaar voor. Dichterbij gekomen, zie ik waarvoor: de inschrijving voor de haring en het wittebrood. Is het al weer zo ver?

Tussen de struiken door is het binnenwerk te zien van de wasserij. Inmiddels wordt de straat blauw: de glanzende reflectie van de heldere no-nonsense neon-letters: De Tegelhandel, toch ook nog maar in het wit herhaald. Op het hoge hek de mededeling dat parkeren achter het hek is voorbehouden aan de klanten: ook deze wordt – voor alle zekerheid – een aantal keer herhaald.

Voor het hek heb ik een ontmoeting met een poes: het enige levende wezen in de Bloemistenlaan. Behalve ik zelf dan, maar ik tel niet mee. De poes kijkt met grote intensiteit: hij kijkt me weg, denk ik.

Op dat punt gekomen wordt de straat ‘Doodlopend’, behalve voor fietsers en voet-gangers. Een rij nieuwbouw links en de achter-kanten van tuinen rechts. De straat is voor de tweede keer van gedaante gewisseld. Achter-kanten zijn altijd rommeliger dan voorkanten: verschillende soorten hekwerk en schuurtjes.

Er is een zijstraat-zonder-naam, misschien gewoon een aanhangsel Bloemisten. Nu wordt – wat begon als ‘laan’ - eigenlijk niet meer dan een veredeld steegje. Het geluid van een zaag- of schuurmachine beheerst de avond.

En dan ineens sta je in de Herenstraat, zo maar. Op de hoek is de etalage van de dierenwinkel. Er zijn ‘waterfalls’ te koop, en glazen dingen met veel kleurrijke andere dingen erin. Vlak voor je – wat verdwaasd – de Herenstraat inloopt, blijkt er een telefooncel te staan; is me nog nooit opgevallen. Het is ook een anachronisme: de mensen lopen er – al telefonerend – aan  voorbij.

Bloemistenlaan.png
herenstraat.jpg

Herenstraat

Het is koud, maar mooi: strakke zon, weinig wolken. Voor zo lang het duurt natuurlijk. Ik heb zo juist van Gerrit Hiemstra gehoord wat er nog staat aan te komen: dat bevindt zich nu boven Zeeland.

De Herenstraat. Te veel, te veel omvattend voor een klein stukje. Tien stukjes is nog te weinig. Je gaat hem staccato doen om maar zo veel mogelijk indrukken te verwerken. ‘Spil’ is de Herenstraat, scharnier. Twee zijden: hoort bij Tuin en hoort bij Staal. Drie delen: een winkelstraat pur sang, een stuk waar de Herenstraat zich vermomt heeft als de Koninginnelaan, en een middenstuk er tussen-in. Twee knooppunten: de hoek van C1000, vis, shoarma en bloemen met de bakken voor papier en voor glas, en zelfs voor ouwe kleren; en de hoek bij de bushaltes en de klok.

Bus 31 komt me tegemoet vanuit Zuid West; het is de enige bus die de wijk nog door rijdt. Nog niet zo lang geleden waren het er drie, kon je zes keer per uur opstappen. Wellicht wat overdreven, maar vier keer zou toch mooi zijn: een klein kwartier wachten gaat nog, een half uur niet

Aan de Staalkant van dit stuk van de Herenstraat  ligt de stoep wat hoger dan de straat en loopt tussen de huizen en het groen door. Op nummer 101 staan de auto’s geparkeerd op de vensterbank. Tussen het groen: geel en paars. Aan de overkant in een gewoon huis een kapsalon; niet de enige in de Herenstraat. Vier of vijf zijn het er; tel kwijt. Een verkeersbord geeft aan dat je de overweg niet kunt passeren met een hele lange vrachtwagen, die middenin wat lager is.

De Herenstraat: heel veel gezichten. In het middenstuk zijn twee supermarkten. Ineens ontdek ik ook twee computerwinkels. Bij het oude buurthuis, nu Kleine Urt staan zo maar drie bankjes. Je kunt er zitten, maar doe je het ook? Ik probeer het uit: het zit vreemd, alsof je op bezoek bent bij mensen die je niet zo goed kent.

In het echte winkelstuk is er eerst de geldmachine: onontbeerlijk economisch gegeven. Je kunt het ook weer onmiddellijk uitgeven, aan fruit of aan wenskaarten, aan hondenmanden en aan potjes verf, aan babi pangang of patatje oorlog. Op een binnenterrein geldt de wegsleepregeling. Aan de overkant het prachtige opschrift ‘melk, boter en kaas’.

Veel, te veel is er op de Herenstraat. Multi-culti in vele opzichten. Gewoon en alternatief, Leids en chique, Hollands, Chinees en Turks. En als je temidden van dit alles nog iets niet aantreft, kan je het toevoegen: er is een winkeltje te koop, niet al te groot, maar een handel in stropdassen of sieraden, kaas of wijn, in oude lp’s of in boetseerklei, het is er zo te vestigen.

U merkt het: ik draai er om heen. Om ‘Tropical Heat’, een spannend pand. Dichte luiken, dichte deuren, maar een bordje knippert: ‘Open’. Het pand laat alles te raden, maar ook weer helemaal niets. Er naast in de etalage van het meditatiecentrum hangen drie hele grote, kleurige schilderijen.

Te veelomvattend, de Herenstraat. Houdt geen maat, gaat maar door. Lopend en fietsend, per luxterreinwagen of per lesauto. Het past er niet in.

Drie Octoberstraat

Eens moet het er van komen: dat je je eigen straat tegenkomt bij het schrijven van deze stukjes. Van de andere straten kende ik er een paar goed, in enkele andere was ik als het ware voor het eerst. Maar je eigen straat is toch wat anders. Voor het eerst pak ik geen opschrijfblokje en pen om wat aantekeningen te maken. De Drie Octoberstraat doe ik van huis uit. Ik kan hem dromen..

Een jaar of acht, negen terug vestigden we ons in de Drie Octoberstraat. Daarvoor woonden we in de binnenstad: in een ruim winkelpand aan het Noordeinde. Iets totaal anders: het Noordeinde. Smal en lawaaiig; verkeer en bussen; coffee-shops en eetcafé’s; studenten en net iets te snelle ondernemers. Het was er spannender, er gebeurden onverwachte dingen, het hoorde bij het bruisende binnenstadsleven. Tot je besluit dat het te spannend (te inspannend, niet ontspannend), te onverwacht (ook dat blijkt voorspelbaar te worden), te bruisend (en luidruchtig) is geworden, en je weg wilt. Weg, naar een rustige woonbuurt. Naar iets gewoners.

De Drie Octoberstraat: ‘Drie’ in letters, ‘October’ met een ‘c’. Ook deze straat kent afdelingen. Er is een stuk, zo tussen de Schelpenkade en de Stadhouderslaan, dat voor mij nog wel iets heeft van een vreemde straat: ik kom er zelden. Dan is er een stuk, zo tussen de Valdezkade en de Herenstraat; dat is mijn wandeling naar de C1000, het begin van menige fietsroute de stad in. Daar is de ingang van de kinderopvang met de halende en brengende moeders en vaders. Daar is de steeds wisselende sfeer van Gebouw Staalwijk: soms de wat strenge sfeer van het stemlokaal, dan weer een swingend koor, dan weer een feest dat zich tot op de stoep voortzet. Daar ook mondt het uit in het ‘hart van de wijk: winkeltjes, buurtsuper, bakken om van alles in te gooien.

Tussen beide delen in is ons stukje, niet alleen van ons natuurlijk, van ons, de buren, de overburen. Van degenen met wie je de krant deelt, aan wie je een exemplaar van je sleutel hebt gegeven voor het geval je zonder sleutel voor je deur staat. Van degenen, met wie je zo nu en dan even op de stoep blijft staan praten. Het is het stukje dat je vanuit je raam kan overzien, dat beeld van vertrouwdheid, waar elke gebeurtenis, elk oneffenheid je opvalt. Je kijkt even op bij een geluid; je volgt er degenen die over de stoep voorbijkomen. De stoep voor het huis is leger dan voorheen, is zelfs pijnlijk leeg, maar dan komen we te dicht bij. Te dicht voor de wijkkrant..

Drie Octoberstraat.png

Michiel van de Kasteelen